‘Maar het is ook zo ingewikkeld, die journalistieke onafhankelijkheid,’ zucht ik aan het einde van een workshop over journalistiek en ethiek tegen mijn docent. Die antwoordt daarop: ‘Dat is ook zo. Je moet er eigenlijk bij ieder stuk opnieuw over nadenken. Dat is wel een beetje een waardeloos antwoord, hè?’ Dat was inderdaad wel een beetje zo. Het voordeel is wel dat je juist daarom over dingen blijft nadenken. En dat het stof geeft voor een blogje.
De workshop over ethiek was 5 januari en vulde de hele eerste collegedag van 2009. Eerst kregen we een inleidend college. ’s Middags moesten we presentaties voorbereiden over ethische dilemma’s in de journalistiek. Mijn groepje moest zich buigen over het interview dat Andries Knevel op 23 november 2004 hield met Abdul-Jabbar van de Ven. Deze bekeerde islamprediker had in het Rotterdams Dagblad gezegd dat hij het niet erg vond dat cineast Theo van Gogh dood was. Knevel ontfutselde hierop Van De Ven de uitspraak dat hij het ook niet erg zou vinden als Geert Wilders dood zou gaan. Dit bereikte hij pas na tamelijk agressief doorvragen. Mocht dit zomaar? Was Knevel verantwoordelijk voor de veiligheid van Wilders en Van De Ven?
Zelf zat ik ook met de prangende vraag: is het in tijden van maatschappelijke onrust überhaupt verantwoord om moslims in de studio uit te nodigen met de kennelijke bedoeling om ze extreme uitspraken te ontlokken? Het draagt in hoge mate bij aan de polarisatie van de samenleving. Het kwam me op kritiek van sommige medestudenten te staan. Je moet nieuws niet uit de weg gaan als het niet in je straatje past. Als je last hebt van idealen kun je beter een politieke partij beginnen, zo wierp men mij voor de voeten. Journalistieke onafhankelijkheid was het grote ideaal.
Natuurlijk vind ik niet dat journalisten mensen moeten indoctrineren met hun eigen idealen. Maar je kunt toch moeilijk ontkennen dat de journalistiek een maatschappelijk verantwoordelijkheid heeft. En dat journalisten onderdeel zijn van de maatschappij. Daarnaast wil ik ook journalist worden omdat ik geloof dat het vak kan bijdragen aan een wereld die iets beter is. Gewoon door een stukje onrecht te onthullen of door iets moois vast te leggen. Dat heeft niks te maken met indoctrinatie. Als journalist ben je nooit honderd procent onafhankelijk. Je maakt als burger deel uit van deze maatschappij. En dan heb je nog vrienden, familie en tig andere dingen die je beïnvloeden. Wees daar gewoon open over en probeer niet te krampachtig een onbereikbaar ideaal na te streven.
Dat is wat ik bedoel met kritisch-betrokken journalistiek. Kijk kritisch naar jezelf en anderen, maar doe je werk ook vanuit een gevoel van betrokkenheid met de wereld om je heen. Het lijkt me verstandig dat journalisten goed nadenken over de manier waarop ze over bijvoorbeeld de multiculturele samenleving schrijven. Daarbij hoeven ze zichzelf niet uit te vlakken, als ze maar verder durven kijken dan hun neus lang is.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten