zaterdag 31 januari 2009

Nieuw Amsterdams Peil

Voor het zesde nummer van Nieuw Amsterdams Peil schreef ik een achtergrondartikel over onbevoegde docenten in het middelbaar onderwijs.

Gitaarles

Vrijdagavond kon ik nooit een afspraak maken. Vrijdagavond had ik tien jaar lang gitaarles in Hilversum. Ik leerde er de beginselen van de gitaar. Noten, toonladders, akkoorden, en vingeroefeningen. Etudes van Fernando Carulli en Fernando Sor.

Mijn gitaarleraar was streng doch rechtvaardig. Toen ik nog het gymnasium bezocht, zei hij vaak dat ik minstens een half uur per dag moest oefenen. En over teveel huiswerk moest ik niet klagen. Hij had ook mensen op les met een werkweek van 60 uur. En die hadden ook tijd om te oefenen. De eerste twee jaar maakte ik een vliegende start. Ik oefende trouw. Maar periodes van ijver en van luiheid wisselden elkaar wel af. Tijdens mijn eindexamen en het jaar dat ik klassieke talen studeerde, oefende ik stukken minder. Dat geldt ook voor de afgelopen zomer toen ik mijn masterscriptie schreef. Daarna ging ik journalistiek studeren en had ik vast meer tijd. Het tegendeel bleek waar. Aan oefenen kwam ik weinig toe. Iedere vrijdagavond om 19.30 uur in Hilversum zijn, was soms lastig. Een avondje chillen op zijn tijd is ook wel fijn. Dus ergens is het prettig dat ik gisteren mijn laatste gitaarles had. Er komt ook een eind aan een wekelijks ritueel. Gitaar spelen in dat kamertje volgepropt met gitaren, bladmuziek, platen en cd´s. En ouwehoeren over van alles en nog wat. De strengheid van mijn leraar werd namelijk minder in de loop der tijd.

Vrijdagavond ben ik vanaf nu vrij. Af en toe zal ik mijn Spaanse gitaar nog wel oppakken om een stukje te spelen. Beloofd.

zondag 25 januari 2009

Waar komt nieuws vandaan?

Woensdag concludeerden onderzoekers van de Radboud Universiteit in Nijmegen dat grofweg een derde van het binnenlandse nieuws in kranten afkomstig is van persbureaus, pr-diensten of overheden (zie persbericht). Eind 2008 analyseerden ze 1054 binnenlandberichten uit het Algemeen Dagblad, NRC Handelsblad, de Volkskrant en de regionale krant de Gelderlander. De lezer kan niet altijd uit de berichten opmaken dat het om ‘voorverpakt’ nieuws gaat, omdat de bron niet altijd wordt genoemd. De verschillen tussen kranten waren groot. NRC Handelsblad vermeldde de bron niet in 5% van de gevallen; de Volkskrant (19%); het Algemeen Dagblad (42%); en de Gelderlander (77%) volgen.

Dit onderzoek is de Nederlandse tegenhanger van uitgebreider Brits onderzoek van Nick Davies. In Britse kranten is 70% van het binnenlandse nieuws ‘voorverpakt’. Daarbij steunt 30% van het Britse krantennieuws rechtstreeks op pr-materiaal; in Nederland is dat slechts 2%. Wel wijzen de Nijmeegse onderzoekers erop dat het werkelijke aandeel pr-nieuws in Nederland hoger is, omdat persbureaus ook vaak gebruik maken van pr-materiaal.

Dat is dus een stukje antwoord op de vraag ‘waar komt nieuws eigenlijk vandaan?' die mijn vrienden mij een tijdje terug in de kroeg voorlegden. Laat ik het eens op mezelf betrekken. Hoe kom ik eigenlijk aan nieuws? Een voorbeeld. Voor het laatste nummer van Nieuw Amsterdams Peil schreef ik een bericht over energiebesparende straatverlichting. Ik kwam op het idee omdat ik er een kort berichtje over had gelezen in het Parool. Vervolgens ben ik er persberichten bij gaan zoeken en heb ik met ambtenaren gebeld. Gevolg: een groter bericht met een nieuwtje (groenkleurige energiebesparende straatverlichting in het Erasmuspark). In het bericht baseer ik me op de gesprekken met ambtenaren. Maar ik heb me laten inspireren door een berichtje in het Parool. De ambtenaren noem ik, het Parool niet. Had dat anders gemoeten? Dat lijkt me tamelijk ondoenlijk. Dan zouden veel korte berichten het karakter van een column krijgen. Mijn bericht had er dan misschien zo uitgezien:

‘Van de week las ik in het Parool dat er aan de Feike de Boerlaan energiebesparende lantaarnpalen komen. Hierop werd ik nieuwsgierig. Ik begon te googlen. En inderdaad, op de website van stadsdeel Zeeburg trof ik een persbericht aan waarin dit stond. Toen heb ik ambtenaren gebeld die me meer vertelden over dit project en hoe het zich verhield tot andere experimenten. Ik kwam erachter dat er binnenkort een proef start met groene energiezuinige lantaarnpalen in het Erasmuspark in Bos en Lommer.’

Daar zit niemand op te wachten. Inspiratie is dus goed en eigenlijk onvermijdelijk. Immers borduurt veel nieuws voort op ouder nieuws. Het noemen van je bronnen is wel belangrijk. Daarnaast is het bij ‘voorverpakt’ nieuws van belang om kritisch te lezen. Persberichten staan vaak vol fraaie termen die je als het ware moet vertalen in gewoon Nederlands.

Nieuw Amsterdams Peil

Voor het vijfde nummer van Nieuw Amsterdams Peil schreef ik een bericht over energiezuinige straatverlichting.

dinsdag 20 januari 2009

Nieuw Amsterdams Peil

Voor het vierde nummer van Nieuw Amsterdams Peil onderzocht ik via een steekproef hoeveel bewoners van Uilenstede de brief hebben ontvangen waarmee ze bezwaar konden maken tegen het opnemen van hun medische gegevens in het elektronisch patiëntendossier (EPD).

zondag 18 januari 2009

Nieuw Amsterdams Peil

Voor de derde editie van Nieuw Amsterdams Peil schreef ik een artikel over de (lage) vergoeding die bejaardentehuizen krijgen voor leegstaande kamers. Ook interviewde ik Bert Quist, de eigenaar van de Amsterdamse Witte Tanden Winkel voor de serie Bijzondernemend. In die serie tekenen we voor elke nummer het verhaal van een bijzondere Amsterdamse ondernemer optekenen.

zondag 11 januari 2009

Journalistiek en ethiek

‘Maar het is ook zo ingewikkeld, die journalistieke onafhankelijkheid,’ zucht ik aan het einde van een workshop over journalistiek en ethiek tegen mijn docent. Die antwoordt daarop: ‘Dat is ook zo. Je moet er eigenlijk bij ieder stuk opnieuw over nadenken. Dat is wel een beetje een waardeloos antwoord, hè?’ Dat was inderdaad wel een beetje zo. Het voordeel is wel dat je juist daarom over dingen blijft nadenken. En dat het stof geeft voor een blogje.

De workshop over ethiek was 5 januari en vulde de hele eerste collegedag van 2009. Eerst kregen we een inleidend college. ’s Middags moesten we presentaties voorbereiden over ethische dilemma’s in de journalistiek. Mijn groepje moest zich buigen over het interview dat Andries Knevel op 23 november 2004 hield met Abdul-Jabbar van de Ven. Deze bekeerde islamprediker had in het Rotterdams Dagblad gezegd dat hij het niet erg vond dat cineast Theo van Gogh dood was. Knevel ontfutselde hierop Van De Ven de uitspraak dat hij het ook niet erg zou vinden als Geert Wilders dood zou gaan. Dit bereikte hij pas na tamelijk agressief doorvragen. Mocht dit zomaar? Was Knevel verantwoordelijk voor de veiligheid van Wilders en Van De Ven?

Zelf zat ik ook met de prangende vraag: is het in tijden van maatschappelijke onrust überhaupt verantwoord om moslims in de studio uit te nodigen met de kennelijke bedoeling om ze extreme uitspraken te ontlokken? Het draagt in hoge mate bij aan de polarisatie van de samenleving. Het kwam me op kritiek van sommige medestudenten te staan. Je moet nieuws niet uit de weg gaan als het niet in je straatje past. Als je last hebt van idealen kun je beter een politieke partij beginnen, zo wierp men mij voor de voeten. Journalistieke onafhankelijkheid was het grote ideaal.

Natuurlijk vind ik niet dat journalisten mensen moeten indoctrineren met hun eigen idealen. Maar je kunt toch moeilijk ontkennen dat de journalistiek een maatschappelijk verantwoordelijkheid heeft. En dat journalisten onderdeel zijn van de maatschappij. Daarnaast wil ik ook journalist worden omdat ik geloof dat het vak kan bijdragen aan een wereld die iets beter is. Gewoon door een stukje onrecht te onthullen of door iets moois vast te leggen. Dat heeft niks te maken met indoctrinatie. Als journalist ben je nooit honderd procent onafhankelijk. Je maakt als burger deel uit van deze maatschappij. En dan heb je nog vrienden, familie en tig andere dingen die je beïnvloeden. Wees daar gewoon open over en probeer niet te krampachtig een onbereikbaar ideaal na te streven.

Dat is wat ik bedoel met kritisch-betrokken journalistiek. Kijk kritisch naar jezelf en anderen, maar doe je werk ook vanuit een gevoel van betrokkenheid met de wereld om je heen. Het lijkt me verstandig dat journalisten goed nadenken over de manier waarop ze over bijvoorbeeld de multiculturele samenleving schrijven. Daarbij hoeven ze zichzelf niet uit te vlakken, als ze maar verder durven kijken dan hun neus lang is.

Jolande Withuis in het Historisch Café

In Weest manlijk, zijt sterk. Pim Boellaard (1903-2001). Het leven van een verzetsheld beschrijft Jolande Withuis het leven van de niet zo bekende verzetsheld Pim Boellaard. Aan de hand van zijn dagboeken beschrijft Withuis hoe Boellaard oorlog en gevangenschap doorstond, hoe hij als trouwe vriend van prins Bernhard de crises rond het koningshuis beleefde en hoe hij zijn ingrijpende oorlogservaringen verwerkte. Wie was deze Pim Boellaard precies? En waarom verdient hij volgens Withuis het predikaat 'held'? Over deze en andere vragen interview ik Jolande Withuis aanstaande woensdag in het Historisch Café. Ook de andere onderdelen zijn de moeite meer dan waard, dus kom woensdag naar Café P96!

zaterdag 10 januari 2009

Nieuw Amsterdams Peil

'Ons' eerste nummer van Nieuw Amsterdams Peil is af! De komende weken maken we deze krant 'voor nieuwsgierige Amsterdammers' met onze opleiding. Voor dit nummer schreef ik een reportage over een proef met energiebesparende deuren in winkels en een nieuwsbericht over de nachtopvang van daklozen in de kou. Ook was ik eindredacteur van de redactie Leven. Daardoor pikte ik de eerste deadlinestress ook meteen mee. Nieuw Amsterdams Peil staat bomvol Amsterdams nieuws. Lees snel verder op: http://www.mediastudies.nl/nap

zondag 4 januari 2009

Waarom een blog?

De vrienden die ik de afgelopen maand vertelde dat ik overwoog om een blog bij te gaan houden keken mij aan met een mengeling van verbazing en vermaak. Ik heb mij namelijk regelmatig verzet tegen de moderne techniek. Lange tijd voelde ik weerzin tegen e-mail, mobiele telefoon, MSN en Hyves. De vooruitgang is echter zelfs voor een historica moeilijk te stuiten.

Tegenwoordig mail ik dagelijks en bel en sms ik er lustig op los. Ik gebruik weliswaar geen MSN, maar wel google talk. Mijn Hyvesaccount heb ik een jaartje geleden gewist, maar ik probeer sinds kort wel mijn weg te vinden op Facebook. Andere namen voor min of meer hetzelfde om mijn opportunisme te verbergen.

En nu ook een blog. Ik wil op deze plek stukjes die ik geslaagd vind online zetten. Ook is deze blog bedoeld als een plek voor reflectie op mijn vak. Over welk nieuws verbaas ik me of maak ik me boos? Voor welke journalistieke dilemma’s kom ik zelf te staan? Ik hoop in dit nieuwe jaar in ieder geval een keer per week een berichtje te posten. Dat is dan meteen mijn goede voornemen voor 2009. Op die manier oefen ik mijzelf in wat vrijer schrijven en wie weet zijn er mensen die het leuk vinden om af en toe eens iets van mijn hand te lezen.

zaterdag 3 januari 2009

Sinterklaas in Almere

In november woonde ik de intocht van Sinterklaas bij in Almere. Voor mijn studie maakte ik daarvoor de onderstaande reportage.

‘Nu hebben de kinderen wel genoeg gezien’

Door: Paula van Rooij

Almere - 15 nov. - ‘Kunnen de volwassenen gaan zitten? Dan kunnen de kinderen Sinterklaas straks goed zien,’ zegt Jeroen ‘Klokhuis’ Kramer via de speakers tegen de mensen die aanwezig zijn bij de intocht van Sinterklaas in de haven van Almere. Een groepje studenten gaat braaf zitten, maar niemand volgt het goede voorbeeld. Sterker nog: twee mannen van een jaar of 30 weigeren botweg. Ze komen uit Utrecht en gaan al tien jaar naar de landelijke intocht van Sinterklaas. ‘Zolang die ouders hun kinderen niet van hun schouders halen, blijf ik mooi staan. Anders zie ik Sinterklaas nooit.’


Rond het middaguur staat een enorme mensenmassa op de kade van de Havenkom die wordt omringd door moderne hoekige huizen. Onder hen ouders met kinderen, maar ook verrassend veel volwassenen zonder excuus. Ze wachten op de stoomboot. Ze duwen en dringen. Ook ouders en grootouders hebben weinig oog voor het belang van de kinderen. Zo beveelt een vrouw met kort grijs haar een zekere Isabella om van de schouders van haar vader af te komen. Vervolgens pakt ze de hand van het blonde meisje stevig beet en sleurt haar mee naar voren. Hierbij stuiten ze op een muur van mensen. Die gaan heus niet zomaar opzij. Isabella huilt hartverscheurend.

Dan komt de stoomboot in zicht. Hoewel, in zicht: met een beetje moeite is de mast te ontwaren. Tergend langzaam meert de boot aan. Als Sint Nicolaas om een uur of half één voet aan wal heeft gezet, schudt hij enkele kinderhanden. Daarna bestijgt hij zijn trouwe schimmel Amerigo. Het nut van een paard is evident. ‘Nu snap ik waarom Sinterklaas een paard heeft. Anders ziet hij niks,’ roept de een. ‘Nu hebben de kinderen wel genoeg gezien. Laat ze gaan zitten. Dan kunnen de volwassenen even kijken,’ roept een ander. Sinterklaas begint intussen onzichtbaar voor de meesten met een tocht te paard door de stad.

Onder het groepje studenten dat bereid was om te gaan zitten om het zicht van de kleine kinderen te verbeteren bevindt zich Erik. Hij studeert bouwkunde in Eindhoven en komt uit Almere. Als kind ging hij altijd naar de intocht van Sinterklaas in Almere Haven. Hij heeft afgesproken met studiegenoten Bastiaan en Barbara en schoolvriend Bram. Hij wilde het graag meemaken dat de Sint de stad van zijn kindertijd aandeed. Hij heeft echter amper wat gezien. Deze landelijke intocht steekt schraal af tegen zijn jeugdherinneringen. En nu is Sint alweer vertrokken voor een rondrit door de stad. Deze zal hem uiteindelijk naar de Markt brengen.

De studenten besluiten daarom om hun geluk op de Markt te beproeven. Wellicht zien ze daar wat meer van Sint en zijn Pieten. Via een paar kronkelige woonerven nemen ze een short cut. Binnen vijf minuten zijn ze op de Markt. Sinterklaas zal daar aan het einde van zijn tocht op een podium plaatsnemen om door de kinderen te worden toegejuicht. De Markt is een vierkant pleintje met een paar bomen, omringd door treurige nieuwbouwwinkels. Naast de bomenrij rechts van het podium staat een videoscherm. Daarop zien de studenten hoe Sinterklaas door de stad trekt en wat er op het podium gebeurt. Ze kunnen ook direct op het podium kijken. De afstand tussen de studenten en het podium is hooguit dertig meter. Toch kost het ze veel moeite om te begrijpen wat er daar gebeurt. De speakers die aan de bomen en lantaarnpalen naast het podium zijn vastgemaakt, zijn namelijk maar naar één kant gericht. En dat is nou net de kant waar de vrienden niet staan. Uiteindelijk begrijpen ze dat Jeroen met een Piet op zoek is naar een geschikte stoel voor Sinterklaas.

Ondanks de geestdrift van de kinderen die wel kunnen zien en horen wat er op het podium gebeurt, is het in de nabije omgeving van de twintigers maar een dooie boel. Om de stemming erin te krijgen zetten Erik cum suis blijmoedig Zie ginds komt de stoomboot in. De reactie valt tegen. Vijf ouders en hun kinderen zingen mee. Omdat Erik niet te spreken is over deze respons zingt hij ook Sinterklaas kapoentje en Zwarte Piet ging uit fietsen. Het animo van de ouders en kinderen om mee te zingen neemt alleen maar verder af. Hierop snoeren ook zijn vrienden hem de mond onder het mom ‘Je moet je moment kennen’.

Inmiddels is het dringen weer begonnen. Sinterklaas nadert namelijk vanaf de Marktgracht het podium. Als hij van zijn schimmel stapt, slagen de studenten er in om een glimp van de Sint op te vangen. Bastiaan en Barbara maken zelfs enkele foto’s van de goedheiligman. Sint wordt daarna hartelijk begroet door Jeroen en burgemeester Jorritsma. Blijkbaar hebben ze toch nog een stoel voor Sinterklaas gevonden. Wat er verder op het podium gebeurt is, is voor de vrienden niet te volgen. Toch lastig: Sint zonder geluid. Hierop besluiten ze maar te vertrekken. Zo hopen ze de grootste drukte in de pendelbussen voor te zijn. Vandaag hebben ze voor de tweede keer in hun leven het geloof in Sinterklaas verloren.